Een heerlijke job is het, een kadootje dat God deze droom op mijn hart legde. Dagelijks mag ik andere vrouwen, jullie onder andere, bemoedigen, aanmoedigen. Gods liefde en waarheid vertellen. Jouw huiskamer binnen brengen of tot je spreken terwijl je onderweg bent. Ik mag met je oplopen en jij loop een stukje mee in mijn leven. Een kado waar ik oprecht van geniet.
Maar vandaag lukt het niet.
En het is niet de eerste dag deze week.
Natuurlijk zet ik de ene voet voor de ander. Ik lach als ik mijn dochter zie. Ik spreek waarheid uit over mijn zoon die richting school gaat voor zijn eind-cito’s. Ik doe een wasje. Luister de audio terug van een gaaf gesprek dat ik mocht voeren, voor mijn werk nota bene!
Toch lukt het niet.
Even is het allemaal verwarrend. En na drie nachten achter elkaar op verschillende tijden wakker te zijn gemaakt door een van de kinderen is de energie te weinig om het gebrek aan duidelijkheid te compenseren.
Het is allemaal even te onduidelijk. Niet gestructureerd. Te onbekend.
Het voelt alsof allerlei mensen en omstandigheden buiten ons gezin bepalen wat ik kan en mag binnen mijn gezin. Ik weet het zeker, ik schiet te kort. Ik kan dit niet. Vandaag of morgen val ik door de mand. Big time.
Het voelt alsof ik geen moed meer heb. Geen waarheid die ik kan omarmen. Geen kracht meer. Geen woorden om te bemoedigen. Aan te moedigen. Het voelt donker en zwaar. Ik ben hier niet voor geschikt. Eindelijk wordt het duidelijk. Geef het maar op, Mrs. V! Geef het maar op.
Deze gedachten spoken door mijn hoofd. Ik weet dat het niet de waarheid is. Niet Gods liefde. Maar het is zo reeel, zo echt. Het is zo duidelijk. Mijn vriendin belde net dat mijn zoon toch echt te verkouden en te hoestigerig was om bij haar te kunnen spelen. En terwijl ik de noodles in de pan doe en de bonen nog eens doorroer weet ik geen andere waarheid. Ik heb zelfs niet eens genoeg boodschappen in huis… en die woorden die ik net tegen mijn dochter sprak waren ook niet opbouwend… wat heb ik te nog te brengen…
Als er dan tijdens de maaltijd in drie minuten tijd: “mama, mama…” klinkt en de een al een vraagt stelt als ik nog met de ander in gesprek ben is het echt op.
Ik heb niets meer. Helemaal niets. Ik faal. Big time!
The husband laat ik met de kinderen aan de keukentafel achter en zelf ga ik naar boven. Zoek de stilte -of althans, zo stil als het mogelijk is hier in dit huis- en kniel bij God.
Ik voel me leeg.
Falend.
Mislukt bijna…
God, ik heb niets meer. Helemaal niets. I’m done…
Terwijl ik dat zeg, neerleg bij de Allerhoogste. Bij hem die nooit faalt. Hij die nooit te moe is. Die nooit de controle verliest. Zegt hij:
Mrs. V, je knielt nu aan mijn voeten. Meid, dat is de hoogste plaats! Hier bij mij zijn, dat is je grootste eer. Het is waar voor ik je geschapen heb. Je verkiest nu om bij mij te zijn, in plaats van bezig te blijven met je gezin, je werk, je imago, je eigen kracht. Hier bij mij, dat is je hoogste plaats, de grootste eer. Soms breng ik je zo ver, zo diep, ontneem ik je even alle schijngevoel van controle, kracht en vervulling, zodat je weer dat echte verlangen voelt. Dat diepe verlangen om met mij samen te zijn. Ik ben je Vader die je vertroost en beschermt. Kom maar tot rust bij mij!
Ik weet dat dit Gods woorden zijn.
Nee, ik hoor niet duidelijke klanken als zijn stem. Ik geloof dat God zo spreekt, maar deze avond spreekt hij mij aan door een lied. Dit lied dat hij tegen me spreekt.
Ik weet dat het Gods woorden zijn.
Want zo klinken ze ook in de Bijbel, als Jezus in Lucas 10 vers 41 zegt: “je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Bij mij zijn. Aan mijn voeten zijn.”
Ik zoek de tekst op in mijn Bijbeltje. Een oud exemplaar dat -zelfs nadat het al meerdere malen met plakband aan elkaar vast gezet is- uit elkaar valt. De losse bladzijden vallen er uit als ik het pak. Hoewel ik een nieuwere Bijbel in de kast heb liggen grijp ik toch vaak naar deze versie terug. Vanwege het geleefde, de aantekeningen, de vlekken. Een datum in de kantlijn bij een vers dat toen bepalend was. Een vraag die eens speelde en waar ik nu verhalen bij kan vertellen van Gods werk in mijn leven, in ons gezin.
Zo ook hier. Boven de rechterkolom van Lucas 10 staat, met soort van leesbare letters “Jezus volgen is onderweg zijn. Reis licht.”
Jezus volgen is onderweg zijn.
Reis licht.
Mrs. V, vraagt God, terwijl hij mijn hand beetpakt. Ja, aan zijn voeten is de beste plaats! Mrs. V, wat heb je deze week allemaal meegesleept op de reis achter mij aan. Welke dingen waren niet aan jou om te dragen? Welke verantwoordelijkheden? Zorgen?
Wat was zo zwaar dat het je van het pad afbracht?
Waardoor je uit het oog leek te verliezen dat je achter mij aan het aangaan was?
God vraagt het ook aan jou.
Liefste, wat draag je mee wat te zwaar is. Wat geeft je het idee dat je faalt? Mislukt? Te kort schiet? Welke dingen neem je op je die niet mee hoeven onderweg met mij?
Leg ze maar hier neer.
Aan mijn voeten.
(ik moedig je aan, schrijf ze op, laat ze bij God achter!)
Jezus nodigt je uit: Leef je leven, reis achter mij. Maar reis licht. Anders wordt de weg al gauw onbegaanbaar.
Het is geen falen als we het niet meer kunnen.
Het brengt ons op de plek waar onze grootste eer ligt, de beste plaats.
Aan zijn voeten!
Als je weer opstaat, om verder achter Jezus aan te gaan, pak dan deze woorden in voor onderweg. Je zult ze zo nu en dan nodig hebben:
Liefste, laat je geen angst aanjagen! Maak je geen zorgen, vertrouw op mij. Wees niet bezorgd, vertel me maar wat je nodig hebt. Wees niet bang, Ik ben bij je! Ik ben je God! Ik zal je sterken. Ik zal je kracht geven. Ik zal je helpen. Je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand. Ja, wees moedig en sterk! Ban angst en twijfel uit je hart. Onthoud dat Ik, de HERE, je God, overal en altijd bij je ben om je te helpen. (1 Petrus 3:6, Phil 4:6, Jesaja 41:10, Jozua 1:9)
